2.1.4 TA-praktisch

Gedrag roept altijd gedrag op. Soms is dat gedrag tegenovergesteld of complementair d.w.z. reageert men op leiden met volgen en vult men elkaar als het ware aan. Soms is er juist sprake van soortgelijk of symmetrisch gedrag. Leiden roept bij de ander 'meer leiden' op. Meningsverschillen kunnen op die manier snel escalleren en het is dan ook zaak zoveel mogelijk te anticiperen op dit soort patronen.  

Hoe doe ik dat? 

  1. U bestudeert een aantal vaste patronen
  2. U herkent het gedrag van de ander?
  3. U stelt zichzelf de vraag in hoeverre het betreffende gedrag samen- of tegenover-gericht is (horizontale as) en in hoeverre het boven- of onder-gericht is (verticale as)
  4. U bepaalt uw doelen in het contact, bijv. dat u geen strijd wilt aangaan maar wil samenwerken
  5. U reageert strategisch d.w.z. u kiest voor dat gedrag dat bij de ander het door u gewenste gedrag oproept, bijv. iemand uitnodigen om samen na te denken over een oplossing
  6. U houdt hierbij rekening met de aard van de onderlinge verhouding, bijvoorbeeld of u iemands adviseur, leidinggevende of ondergeschikte bent