2.1.3.1 Leiden

Het gaat hier om een dominante energieke positie. 

Hoe doe ik dat?

  1. U bent actief en sterk gericht op de ander
  2. U focust op de voordelen: initiatief, directief, overzicht en gerichtheid op besluiten en actie
  3. U voorkomt de nadelige effecten: te nadrukkelijk sturen, teveel ruimte innemen, de ander passief en afhankelijk maken, solisme.