2.2.1.3 Functionaliteit

Functionaliteit houdt in dat men aan allerlei fenomenen, zowel problemen als oplossingen, doelen en taken kan onderscheiden. 

Hoe doe ik dat?

  1. U vraagt zich af waaroe de meest relevante fenomen inzake een bepaalde probleemstelling dienen; u maakt een functionele analyse
  2. U formuleert op basis van deze analyse doelen voor uw handelen, u werkt doelmatig
  3. U gaat planmatig en transparant te werk gaat bij het realiseren van deze doelen, u bent effectief
  4. U voorkomt verspilling, u bent efficiënt
  5. U hanteert als startpunt de vragen, klachten of problemen van de cliënt
  6. U brengt, samen met de cliënt, deze problemen systematisch in kaart (diagnostiek) en formuleert op basis van deze bevindingen ‘hypothesen’ over de factoren die de problemen in stand houden en die zich lenen voor een planmatige aanpak
  7. U stelt een plan van aanpak op
  8. U houdt een verslag bij van de contacten met de cliënt en legt de resultaten daarvan vast
  9. U kijkt terug op het proces, legt daarover verantwoording af en past zo nodig uw manier van werken en omgaan met de cliënt aan.