3.4 Wantrouwen

Als een kind er niet op aan kan dat er op zijn behoeften ingespeeld wordt ontwikkelt het geen basaal vertrouwen in de mensen om hem heen; er is dan sprake van wantrouwen. Dit wantrouwen vormt dan helaas ook meteen een ongunstig fundament voor de volgende ontwikkelingsopgave: het ontwikkelen van autonomie. Een kind zal vanuit een gevoel van wantrouwen zich niet snel sterk genoeg voelen om afstand te durven nemen van de verzorgers. Het kind is nu al niet verzekerd van een goede verzorging, laat staan als het zich ook nog durft te verzelfstandigen.