3.2.2 Betrokkenheid

Betrokkenheid is wel omschreven als het vermogen om zich te verplaatsen in de wereld van de ander, deze daardoor te kunnen begrijpen en dit begrip ook aan de ander te laten blijken. Deze betrokkenheid veronderstelt een onderlinge band tussen de verpleegkundige en de patiënt, waardoor de verpleegkundige zich kan en wil inleven in diens gevoelswereld. De patiënt ervaart de nabijheid van iemand die zijn ervaringen en gevoelens wil delen. Die blijkt vooral uit de aandacht die je hebt voor de patiënt en kan zowel verbaal als non-verbaal worden getoond.
In woorden laat je je betrokkenheid blijken door het gebruik van de “exploratieve” gespreksvaardigheden zoals open vragen stellen, gevoelsreflecties en het gebruik van stiltes. Ook het uiten van eigen gevoelens, mits op de juiste manier, is mogelijk. Je betrokkenheid blijkt ook wanneer je de patiënt laat weten dat je in de nabije toekomst beschikbaar bent als hij behoefte heeft aan je steun.
In je (non-verbale) gedrag toon je je betrokkenheid door oogcontact, door fysieke nabijheid, door iemands hand vast te houden of door een hand op iemands schouder te leggen. Lichamelijk contact heeft zeker een troostend effect. Uit het contact blijkt dat er naast het grote verdriet nog menselijke warmte is. Dit verzacht het verdriet. Wees echter voorzichtig met lichamelijke intimiteit. Onbedoeld en onbewust kunnen verwachtingen ontstaan die het latere contact tussen jou en de patiënt kunnen vertroebelen.
In hoeverre de patiënt jouw betrokkenheid ervaart, hangt ook af van het voorafgaande contact. Wanneer je voorheen strikt zakelijk en zonder persoonlijke belangstelling was, dan zal het moeilijk zijn plotseling betrokkenheid te laten blijken wanneer de situatie daarom vraagt.